fietslullen

Zodra je het karrenspoor van de sleur verlaat blijken de dagen te kort te zijn. Vandaar.
Dingen veranderen. Nieuwe baan, nieuw kind, nieuw huis, nieuw leven. In die volgorde en nog lang niet allemaal gerealiseerd. Voor fietsen is dan geen tijd meer. (En om de duurzaamheidsmaffia gerust te stellen: voor autorijden ook niet). Ik realiseer me nu dat al dat fietsen van de afgelopen jaren een luxe was die ik me alleen maar kon veroorloven omdat ik een vroegoude jonge man was, een pensionado avant la date.
Inmiddels heb ik mezelf moeten veranderen in een laatjonge oude man, een young professional van ver over de datum.
En om Wittgenstein te verkrachten: wie niet fietsen kan, moet erover zwijgen.

2 September 2009
By on 20:26
fun van deurzoem

Sinds enige tijd word ik op mijn dagelijkse fietstocht begeleid door een bemoedigend glimlachende jonge vrouw. Zij heeft een sportief doch degelijk rijwiel aan de hand, type Spartavus, 7 versnellingen, dichte kettingkast. Ik herkende haar eerst niet vanwege die fiets, maar vervang in gedachten het oneindig kantelbare gemaksstuur door de beugels van een wedstrijdfiets en opeens zie je het: Leontien!
Ik kom haar onderweg een keer of vijf tegen. Ze glimlacht in commissie, want via haar worden we feitelijk aangegrijnsd door Eneco.
Eneco heeft een blijde boodschap. Die luidt wat ongemakkelijk: “Eneco is fan van duurzaam, dus fan van fietsen.”
Dus……..?
Duurzaam dus fietsen?
Dus fietsen is duurzaam?
En wat heeft kolenbrander Eneco daar dan mee te maken? Krijg ik een HR-ketel omdat ik fiets?

Wat is duurzaam? Duurzaam is een bijwoord of een bijvoeglijk naamwoord. Ik vraag me af of je daar xfcberhaupt fan van kunt zijn. Ik ben fan van gesteven. Ik ben fan van denkend. Ik ben fan van verloren. Ik ben fan van oud. Ik ben fan van geschaafd. Ik ben fan van gemakkelijk. Ik ben fan van geschiedkundig. Ik ben fan van volautomatisch.
Het kan, maar het zegt niks. Duurzaam wat? Eneco is fan van duurzaam tuinieren, dus fan van fietsen. Eneco is fan van duurzaam ondernemen, dus fan van fietsen. Eneco is fan van duurzaam bouwen, dus fan van fietsen. Eneco is fan van duurzaam linnengoed, dus fan van fietsen. Eneco is fan van duurzaam koffiebranden, dus fan van fietsen. Eneco is fan van duurzaam water, dus fan van fietsen. Eneco is fan van duurzaam fietsen, dus fan van fietsen. Eneco is fan van duurzaam inkopen, dus fan van fietsen. Eneco is fan van duurzaam begraven, dus fan van fietsen. Eneco is fan van duurzaam beslag, dus fan van fietsen. Eneco is fan van duurzaam hardhout, dus fan van fietsen.

En ik maar fietsen. Het wachten is op de dag dat iemand vanuit een auto mij opgewekt toeroept: “zeker fan van Eneco?!”
Terwijl ik helemaal niet duurzaam ben. Om mijn dagelijkse kilometers te kunnen fietsen moet ik minimaal 4 Big Macs of het equivalent daarvan in gemodificeerd zetmeel tot mij nemen. Hele bossen worden gekapt om mij voor de hongerklop te behoeden.

Ik krijg bij dat alles sterk de neiging om mijn fiets te voorzien van vier wielen en een lekkende uitlaat. Fietsbeentjes is fan van rot op en dus fan van opgesodemieterd!

20 August 2009
By on 20:38
zen of de fiets als koe

Even wat feiten op een rijtje. Ik heb de afgelopen twaalf maanden 7500 kilomerer gefietst, waarvan 20 dezelfde kilometers ongeveer driehonderd keer. Je kunt zeggen dat ik een begenadigd trajectfietser ben, ik heb groots en meeslepend rondjes rond de kerk gefietst. Volgens het ministerie van vervoer, het ministerie van gezondheid, en het ministerie van oudhollandsche gebruiken behoor ik hiermee tot de absolute top van wat dit ons kleine landje aan voorbeeldgedrag te bieden heeft. Ik ben een modelburger. Temeer daar ik bij al die kilometers rode stoplichten niet negeer, voorrang verleen wanneer dat van mij gevraagd wordt en voldoende licht draag als zon, maan en sterren daar niet in voorzien. Ik ben een held. Ik ben de stille kracht in de motor waarop onze democratie draait. Ik ben een polderfietser. Ik mag er zijn.

Bij dat alles wordt er natuurlijk niet naar me geluisterd. Wat deze modelburger vindt en denkt blijft helaas irrelevant. Maar dat begrijp ik. En daarom zal ik mijn ongenoegen over hoe de dingen in dit land georganiseerd zijn en hoe de teloorgang in grote trage stromen van over de grenzen ons land binnentrekt niet in hemeltergend slecht nederlands uitgallen, maar heb ik mij verenigd in de Fietsersbond, Natuurmonumenten, en heb ik een Gamma-pas.

Zo word ik nog voorbeeldiger. Ik ben een fietsende vouw in een handgemaakte pantalon. Ik zou trots op mezelf zijn als ik niet te bescheiden was om trots op mezelf te zijn. Ik houd niet van grootspraak, van pochen en bluffen. De waarheid, de kleine waarheid van het stil maar onverschrokken fietsen is mij meer dan genoeg.

Ik wil niet voorbeeldig zijn. Het liefst wil ik er helemaal niet zijn. Ik wil niet 7500 kilometer rondjes gefietst hebben. Ik wil gewoon fietsen. Ik wil geen fietsforfait, geen kilometervergoeding, geen certificaat van gezond en verantwoord, geen schouderklopjes, geen handjes geven.
Ik wil elk jaar, elk leven onmetelijk lang tegen de wind, zonder klacht, zonder trots, zonder cijfers, zonder…

Ik wil geen fietser zijn, ik wil mijn fiets zijn. Rustig grazend, dag na dag.

12 August 2009
By on 20:19
routeloze route

In Engeland is dit jaar een wedstrijd camera-loos reizen gehouden. De details ervan heb ik niet onthouden (het zou ook Frankrijk geweest kunnen zijn, of een aantal jaar geleden, of het moet nog plaatsvinden in Polen, of ik zit het me hier ter plekke te herinneren), maar het kwam er geloof ik op neer dat de deelnemers moesten proberen het land te doorkruisen zonder gefilmd te worden. Niemand slaagde erin. Een Engelsman kan zich blijkbaar niet meer verplaatsen zonder door een beveiligingscamera te worden opgepikt.
Ik denk dat het in Nederland niet anders is. Wat geeft het, roepen we dan collectief, we hebben toch niks te verbergen.
Nou, ik wel! Mijn chagrijnige smoel bijvoorbeeld, als ik naar mijn werk fiets. En het zint me niks dat de overheid mij op mijn hele route kan volgen terwijl een gediplomeerd liplezer mijn geluidloze vloeken en verwensingen dicteert aan een tiepmiep van het motivatieteam werkend Nederland (MTWN).
Maar dat geheel terzijde.

In Nederland zitten we in eenzelfde net gevangen als de engelsen. Bij ons uit de reguleringsdrift zich in routes. Je kunt in Nederland geen vijf kilometer fietsen zonder op een route te stuiten. En dan laat ik het FreiKxf6rperNetz buiten beschouwing.
Onovertroffen dieptepunt is wat mij betreft Westpoort, een verzameling havens met bijbehorende industrieterreinen ten westen van Amsterdam. Volgens mij wordt er voornamelijk natte en droge bulk overgeslagen. Verder zit er een energiecentrale en een vuilverbranding, en het gebied geniet enige populariteit onder ontvoerders (Heineken) en moordenaars (maak nooit een vuilniszak langs de Hemweg open, er kunnen ledematen in zitten).
Het stinkt er. Ik fiets er elke dag twee keer doorheen en dat moet iets dramatisch met mijn gemiddelde levensverwachting doen.

Sinds een paar maanden is er een aantal fietsroutes uitgezet in Westpoort. Ik geloof dat de Port of Amsterdam daar debet aan is. Routes van tien of vijtien kilometer. Vijftien kilometer droge bulkstof happen in de lucht van een vuilverbranding. Alsof je een vuilniswagen leeg mag likken. Daar nemen we een dagje voor vrij. Broodjes mee.

Ik heb besloten om in de schaarse tijd die mij nog rest (ongeveer xe9xe9n fietsmiddag per maand) een poging te doen om een routeloze route uit te stippelen. Van, pakweg, Haarlem naar Moddergat.
Daar maak ik een mooi boekje van, met kaarten en coxf6rdinaten. En wie weet vind ik een sponsor om de laatste routeloze route van Nederland te bewegwijzeren.

8 August 2009
By on 21:25
fietsknooppuntennetwerk

Paaltjes met pijltjes en nummers. Voor meisjes zoals ik, die absoluut geen kaart kunnen lezen, is het een zegen. Tenminste als je ergens naar toe wilt. Stel, ik ben weer eens verdwaald. Sinds het fietsknooppuntennetwerk (laten we het FKN noemen, dan kunnen we nog dromen dat het voor FreiKxf6rperNetz staat, en daarmee wordt het in xe9xe9n klap net zo nostalgisch als het woord clignoteur) kan ik als een kip zonder kop blijven rondtoeren, omdat ik zeker wat dat ik binnen enkele minuten op een paaltje met een pijltje en een nummer zal stuiten.
(Ja, sta daar maar eens bij stil: we wonen in een land waarin tienduizenden paaltjes zijn gepoot om ons van het ene nummer naar het andere te leiden. Die paaltjes zijn veelal gemaakt van gestampte vuilniszakken.)
Vervolgens hoef ik de pijltjes maar te volgen om na enkele kilometers een knooppunt te bereiken, waar een plattegrond is geplaatst, die mij inzicht geeft in mijn positie op de wereld.

Maar daar zijn die paaltjes helemaal niet voor bedoeld. Het zijn geen wegwijzers. Ze verwijzen naar zichzelf. Paaltje met nummer 32 en een pijltje naar links verwijst naar het volgende paaltje met nummer 32 en uiteindelijk naar knooppunt 32. Niet naar Goirle, Wapserveen of Broekerhaven. En wie de kaart bij knooppunt 32 bekijkt wordt niet geacht te willen weten waar hij is (dat weet hij al: knooppunt 32), maar te bepalen of hij zijn weg zal voortzetten langs paaltjes met nummer 28 of paaltjes met nummer 33.

Het heeft iets vervreemdends, zo’n numerologisch universum. Ik fietste laatst met vrouw een kinderen langs een Twents knoopputopnt. Helemaal voorbereid, dus we hoefden niet te spen. "Achtentwintig," riep ik. Op hetzelfde moment riep de vrouw van een tegemoetkomend echtpaar "zeventwintig". Geen goedemorgen. Geen weertje hxe8. Geen we doen een rondje IJsselmeer. We smijten elkaar nummers in het gezicht. En kijken daar een beetje verbeten bij.

Om de vervreemding ten top te voeren is het misschien een idee om de knooppunten te koppelen aan GPS-coxf6rdinaten.
- Waar ben jij geweest dit weekend?
- Pffff. Even denken… 08, 11, 32, 09, 17, en we hebben geluncht op 52.644556 5.821558. Heerlijk!

5 August 2009
By on 19:56
Herman

HermanIk had een kat. Herman. Herman viel als kleuter van het balkon, brak een poot die nauwelijks nog gezet kon worden, maar na een maandje liep hij weer. Af en toe werd zijn staart helemaal kaal, maar na verloop van tijd groeide het weer aan. Herman heeft een jaar op drie poten gelopen, tot hij waarschijnlijk nxf3g een keer van een schutting viel, toen liep hij weer normaal.

Gisteren is Herman doodgereden. Hij lag op de stoep, bloed liep uit uit zijn bek. Ik liep toevallig langs, hij was nog warm. Hij zag er anders uit, dood. Net als bij mensen. Alsof hij niet meer bij me hoorde.
Een voorbijganger bracht Herman en mij achterop de motor naar de dierenarts. Die prikte wat, kneep wat, en toen er geen reactie kwam, stelde hij professioneel de dood vast.
Of ik hem wilde laten cremeren. Ik zuchtte, knikte en betaalde. Ik ben heel langzaam naar huis gelopen. Tien jaar lang ben ik onafgebroken kwaad op hem geweest: hij vrat zijn kinderen op, hij piste elke dag opnieuw in elke hoek van het huis, hij bleef maar op het aanrecht springen. Hij deed wat katten nu eenmaal doen, en ik reageerde zoals mensen nu eenmaal reageren.
Zachtjes scheldend op Hermans nagedachtenis liep ik mijn erf op.
Daar zat Herman.

Mocht iemand de kat op de foto herkennen: hij heeft nauwelijks geleden.

2 August 2009
By on 20:19
paradijs

Terug uit Twente. Maar toch nog even een lofzang: Twente is het Drenthe van Twente. Fietsparadijs en wandelparadijs. En nog meer: motorparadijs en autoparadijs. Maar ook: scootmobielparadijs en rolstoelparadijs. Alles met wielen kan er onbekommerd jakkeren.
Het grote voordeel van Twente boven Drenthe is dat het nog de Twenten toebehoort. Vreemd maar vriendelijk volk. Alleen in Ootmarsum vind je wat Twentse Drenthen (uitgeweken randstedelijke kak op leeftijd). De rest van Twente is bierparadijs en schnitzelparadijs.
Het allermooiste aan Twente is dat Duitsland niet bestaat, maar deel uitmaakt van groot-Twente.
Later als ik groot ben ga ik in Twente wonen. Maar niet heus, want ik ben geen Twent en ik zal het nooit worden. "Helemaal goed" zul je mij nooit horen zeggen (ik ben lid van de Fietsersbond, dus het is nooit helemxe1xe1l goed). Ik wil van Twente geen Drenthe maken.

26 July 2009
By on 20:40
ontlasten

Ik heb mijn fiets meegenomen, natuurlijk. Achterop de auto. Maar het komt er niet van. Het campingleven heeft zijn eigen slepende dynamiek en er is niet genoeg Vinkenoog in mij om me eraan te onttrekken. Ik word sowieso (germanismen zijn toegestaan in Twente) al sterk gestuurd door rituelen, en op een camping neemt dat bijna desastreuze vormen aan. Poepen is daar het mooiste voorbeeld van (al betwijfel ik of rectale aandrang een ritueel genoemd mag worden).
Stel, het regent. We staan stroomafwaarts dus de grond is zompig en dras. Geen laarzen of klompen mee, dus de voeten worden in boterhamzakjes gepakt en in de onvermijdelijke teenslippers vat ik de glibberige gang naar de toiletten aan. Die worden natuurlijk net schoongemaakt, dus ik schuif aan in de rij der wachtenden. Altijd is er wel iemand die, hoewel hij op ontploffen staat, er een kort gesprek over het weer uit weet te persen. Vroeger was ‘t mooi of ‘t was minder, maar sinds Erwin Kroll en de buienradar geven we diepgravende analyses van de korte en middellange termijnverwachting, extrapoleren we de druip van de dag naar de sneeuwverwachtingen in Tirol (onze volgende vakantie) en koppelen we in het voorbijgaan het broeikaseffect aan de toegenomen mobiliteit en het migrantenprobleem. Achteloos spelend met ons toiletpapier (iets anders hebben we nu eenmaal niet om handen) hebben we binnen de kortste keren de buitenlanders de schuld gegeven van het feit dat we hier knijpend in de ochtenddruil staan te wachten tot de anaalsluizen open kunnen.
Finalement les toilettes ont xe9txe9 nettoyxe9s (of nettoyxe9es – op de camping blijkt mijn laagje opleiding en cultuur flinterdun: allemaal woordenboekenwijsheid die ik nu even niet bij de hand heb), de hekken gaan open, we kunnen naar binnen.
Een modern toilethok op een camping is opgetrokken uit afneembaar plastic met luchtgaten boven en onder. Het is een rare gewaarwording om je behoefte te moeten doen, terwijl de linkervoet van je kakkende buurman rechts en de rechtervoet van je kakkende buurman links onder het scheidingswandje door in je blikveld jubelen. Mannen zitten blijkbaar graag breeduit. Ik doe mee en schuif mijn voeten bij mijn buurmannen naar binnen.
Territorium bepaald, we kunnen beginnen.
Poepen, zo is me de afgelopen dagen opgevallen, gaat gepaard met loodzwaar ademen. Zoiets gaat van vader op zoon. Ik heb maatjes 32 naast me gehoord met de amechtigheid van zwaargewichten na vijftien onbesliste ronden.
Zelf probeer ik als een vlinder te ademen. Ik heb mijn telefoon-met-gps-en-internet bij me, zodat ik tegelijk kan zien waar ik ben en de krant lezen. In volkomen ontspanning loop ik leeg, terwijl ik om mij heen ogen uit hun kassen hoor ploppen.
De grootste toer is de broek ophijsen met een rol wc-papier onder de oksels. Vervolgens een wandelingetje om in een ander segment van de natte groep de handen te wassen, vervolgens even schuilen voor een zeer lokale hagelbui en zo’n 35 minuten na de start wordt de finish bereikt.
Soortgelijke omwegen worden gemaakt voor het zetten van een kop koffie, het smeren van een boterham, de afwas, douchen, koken, om nog maar te zwijgen over de dwaalwegen die je moet gaan om een baby voor een gewisse campingdood te behoeden.
Een kampeeretmaal zou ongeveer 48 uur moeten duren, dan zou je ook nog met een biertje voor je tent kunnen zitten. Maar ja, daar moet je weer van plassen…

20 July 2009
By on 21:07
helemaal goed

De streek, het dorp, de camping, de caravan, ik. Wij stralen allemaal de lome rust uit van een cowboy vlak voordat hij de trekker overhaalt. Een zinderende rust. Twentse cool.
De meest gehoorde kreet is: “helemaal goed”. Er is nooit een vuiltje aan de lucht. De dingen gaan zoals ze gaan: helemaal goed. Je moet je daar als niet-Twent verder niet mee bemoeien, want “helemaal goed” is soms onbegrijpelijk. Helemaal goed kan helemaal verkeerd zijn.
Ik hoorde op een terras iemand een appel-kaneelpannenkoek met een witbier bestellen. “Helemaal goed!” zei de dienster en ging af om de bestelling door te geven. Twent en zijn vriendin leunden behaaglijk achterover in de prairiezon en mompelden “helemaal goed”.
Enkele minuten later verscheen de dienster terug op het toneel. De appels waren op, dus er bleef slechts een kaneelpannenkoek over. De cowboy opende lui xe9xe9n oog en zei “helemaal goed”. En witbier was er ook niet meer, alleen lauw. Nu ging ook het andere oog open, maar wederom klonk er een geruststellend “geeft niks hoor, doe maar een biertje, helemaal goed”.

De twentse prairie is dun bevolkt. Er komt een dag dat deze cowboy met zijn vriendin gaat trouwen. Hij huurt het etablissement af waar hij geen appelpannenkoek met witbier kreeg. Er wordt een prijs gemaakt, uitgaand van 150 gasten. Op de dag suprxeame blijken het er tweehonderd te zijn. Als ze hiermee geconfronteerd wordt, hoeft de dienster niet eens met haar baas te overleggen. Het is helemaal goed.

17 July 2009
By on 21:26
Ommegang

Morgen ben ik jarig. Nog een uurtje om preciezer te zijn. Geen beter land om het toevallige feit van je geboorte te gedenken dan Twente. Hier wordt nog gesmokkeld, hier wordt nog geschoten, hier wordt ruimhartig te hard gereden. Hier hangt het leven aan een rafelig en vettig sisal koordje. De mensen zijn vriendelijk, omdat ze weten dat elke groet de laatste kan zijn. Ze lopen op klompen zonder dat bijzonder te vinden. Twente is een land om in je jeugd te verlaten en vervolgens hartstochtelijk met je mee te nemen. Om vijfenveertig te worden en daar vervolgens hartstochtelijk achteloos over te doen.

14 July 2009
By on 21:21